Het ging thuis niet meer goed met mijn moeder. We vroegen ons gaandeweg af: ‘Hoe veilig voelt zij zich nog in haar eigen woning, zo alleen?’ En dan zo onthand. Door haar dementie had ze erg veel moeite om gewone praktische handelingen uit te voeren. We hebben altijd zelf moeten invullen hoe het voor haar zou zijn, omdat we totaal niet wisten wat er in haar omging. ‘Waarschijnlijk is het voor haar ook niet meer prettig om hier alleen te wonen’, dachten wij. Maar dat was puur vanuit ons als kinderen geredeneerd.

Mijn moeder heeft zelf nooit aangegeven: ‘Ik moet ergens anders wonen, want ik kan dingen niet meer.’ Ik heb haar überhaupt nooit gehoord: ‘Ik kan iets niet’, of ‘ik kan het niet.’ Ze vond het lastig als ze de afstandsbediening van de televisie niet meer kon bedienen. Dan zei ze: ‘Rotding!’, in plaats van: ‘Ik snap het niet.’ We hebben daarover nooit kunnen communiceren.

Waar wij heel erg mee zaten, was: ‘Hoe moeten we dit in godsnaam met mijn moeder regelen? Hoe moeten we haar vertellen dat ze niet meer thuis kan wonen? Dat ze moet verhuizen?’ Ze had totaal geen inzicht in haar ziekte. Het was niet meer verantwoord dat ze thuis bleef, maar dat zag ze zelf niet. We hebben er lang over nagedacht hoe we het moesten doen, hoe we het haar moesten vertellen. We hebben het net zo gedaan als eerder met een bezoek aan de huisarts. We hebben haar gewoon naar haar nieuwe woonplek gebracht. Ik zie haar nog zitten aan de grote tafel, die we mee hadden verhuisd. ‘We doen het zo!’, zei ze. ‘We doen het zo!’

‘En hier hebben we ons nu zo druk om lopen maken’, dachten wij toen. Slapeloze nachten hadden we erover gehad. En het ging vanaf de eerste minuut gewoon goed. Ze accepteerde het gewoon. Dat scenario hadden wij helemaal niet verwacht. Ik ben er nog steeds verbaasd over hoe dat toen ging.

Ik denk, het is allemaal invullen hè, dat het hier goed voor haar voelde. Dat ze zich hier thuis voelde met de ingrediënten van hoe het pand eruitziet. En de sfeer die hier heerst. Het naar buiten kunnen, het uitzicht, al haar spullen in die mooie kamer, lekker ruim, veel licht, het speelde allemaal mee. De voorwaarden hier klopten op dat moment. Ze was zich toen nog goed bewust van dingen, dat gevoel heb ik wel. Ze heeft gewoon gevoeld van: ‘Het is goed hier.’

Op dat moment moest die stap. Dat kon niet anders. En het pakte heel goed uit.

Oeds Visser sprak uitvoerig met de kinderen van zijn Herbergier-gasten. Met zijn gesprekken schreef hij tientallen column die worden gebundeld in een boek.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *