De Herbergier door de ogen van een medewerker

Tekst: Susan Burger

Wie voor het eerst onze herberg binnenloopt, weet soms niet wie er woont, op bezoek is of er werkt. Bij ons geen witte jassen, maar bewoners en medewerkers van diverse pluimage, in de knusse, vertrouwde woonkamer bijeen. We kennen elkaar inmiddels goed en zijn aan elkaar gewaagd.

De dag begint in de eigen woon/slaapkamer van de heer of mevrouw die bij ons woont. Familie richt de kamer vaak met heel veel liefde in. Ze worden soms ‘gekopieerd ingericht’; zoveel mogelijk gelijkend op de vorige woning. Die vertrouwde sfeer proef ik, zodra ik ’s morgens aan het bed sta van degene die ik ga helpen met wakker worden.

Dat wekken doe ik bij iedereen op een bij haar/hem passende wijze. De dame van eind 80 die heel vast slaapt en slecht hoort, aai ik zachtjes over haar wang en haren. Wanneer ik dan haar dekbed ook nog iets naar beneden trek, draait ze zich om en schenkt mij haar mooiste glimlach met de woorden: ”Ohhh….wat heb ik toch héérlijk geslapen!” Waarop ze iets opzij schuift om naast haar op het bed een plekje vrij te maken waar ik kan zitten. Ik vertel haar welke dag het is, dat de zon schijnt (‘vást ook speciaal voor jou, Hilda!’) en zo maken we wat grapjes, wordt er gelachen en gaan we op weg naar de badkamer.

‘Good morning Lady Sunshine’

Er is ook een dame van 90 jaar die eigenlijk altijd wanneer ik bij haar kom al wel wakker is, maar het begin van een dag somber ervaart. Haar hoofd komt altijd maar nèt boven de hoog opgetrokken lakens uit. Bij haar kom ik binnen met de woorden: ”Good morning Lady Sunshine!” “Ohhh…ben jij daar?!” antwoordt ze dan. “Ik heb zo vreselijk slecht geslapen, maar ja, dat deed ik altijd al en wat ben ik blij dat ik jou zie.” Ze gooit de deken van zich af en ik laat haar het verhaaltje vertellen wat ze ons altijd vertelt, ik luister en samen geven we er een positieve draai aan. We besluiten dat het fijn is wanneer de gordijnen opengaan, dat we boffen dat de zon schijnt óf dat het juist even goed is dat het regent.

Ze vertelt me anekdotes van vroeger, die altijd over haar kinderen of haar overleden man gaan. Aandoenlijke verhaaltjes. Soms zegt ze met spijt in haar stem dat ze haar kinderen (nog) meer liefde had willen/moeten geven. Het wassen en aankleden gaan als vanzelf. En als ze zegt “je lijkt wel m’n kamenierster, ik voel me net een barones, wat een verzorging krijg ik hier toch!” ligt daarin weer een reden om samen te schateren van de lach.

Het is bijzonder zo dichtbij mensen te mogen zijn. We zijn er bij het ontwaken, voeren gesprekjes, zingen, lachen, pinken soms een traantje weg, tekenen, verven, schillen aardappelen, zeggen welterusten, heten welkom, en nemen ook afscheid. Met elkaar leven we het leven.

‘Niemand had het alleen maar moeilijk of makkelijk. Ze dragen een schat aan ervaringen bij zich’

Iedere bewoner heeft z’n eigen geschiedenis. De één vertelt van de oorlog, de ander weet en deelt bijna een heel leven. Dat raakt. Mensen komen bij ons binnen en wij helpen hen zo goed als we kunnen een zo aangenaam mogelijk leven te leiden. Het liefst met zo min mogelijk geestelijke en/of lichamelijke pijn. Wij helpen door onszelf te geven. Mijn uitgangspunt is dat ik weinig raar vind, dat bijna niets moet en veel mag. Zo dansten we vorig jaar op Prinsjesdag met alle bewoners en medewerkers van de dag – met hoedjes op – spontaan door de woonkamer. Ook de minder validen ‘roldansten’ mee. We hadden plezier om nooit te vergeten.

Het beste gegeven

Eenmaal thuis na een lange werkdag, gonzen de beelden nog na in mijn hoofd. Mijn lijf is moe, mijn hoofd zit vol. Ik heb het beste gegeven. En dat lukte door de samenwerking met collega’s, familieleden en vrijwilligers die eenzelfde doel nastreven: Er heel-gewoon-persoonlijk-en-warm-te-zijn voor onze oudere medemens.

Susan

Ps: Jouw verhaal hier? Kruip je net als Susan graag in de pen om jouw ervaringen in de zorg te delen? Stuur dan een mailtje naar dwars@dwarskijker.nl 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *