Hans Becker (76) staat te boek als vernieuwer in de zorg. Als oud-bestuursvoorzitter van Humanitas liet hij ooit een olifant één van zijn ‘levensloopbestendige complexen’ binnenwandelen en organiseerde hij een rollator-race op circuit Zandvoort. “Als je dan toch ouder wordt kun je het maar beter een beetje leuk maken.”

Tekst: Jan de Gier

Hans Becker neemt -daags voordat hij in het gevolg van Rutte op handelsmissie naar China vertrekt- plaats aan een tafel in Residence Roosenburch, een gloednieuw appartementencomplex dat Becker eind 2017 heeft geopend. Volledig gebaseerd op zijn geluksmodel waarbinnen het draait om eigen regie, eigen actieve inbreng, familiebetrokkenheid en de ‘ja-cultuur’.

Op uw 76e nog een iets nieuws opstarten. Waar komt die drive vandaan?

“Use it or lose it. Als je ophoudt met werken dan verlies je het. Onze samenleving is anti-ouderdom. Als je wilt doorwerken dan begint men -in mijn tijd althans- op je zestigste al over dat je iets anders moet gaan doen. Ik heb het nog gerekt tot m’n zeventigste. Als je na je pensioen toch door wil gaan dan is ondernemen de enige manier. Het houdt me van de straat.”

Geen andere morele drijfveer? Iets goeds doen voor de medemens?

“Nee zeg, alsjeblieft. (Lachend:) Je moet niet te veel voor mensen zorgen, zeg ik altijd, maar zorgen dat men voor zichzelf kan zorgen. Daar heb je ‘m weer; ‘use it or lose it’. Als je een tijdje niks doet omdat alles voor je gedaan wordt, zeker als je wat ouder bent, dan holt het achteruit.”

U bedacht de levensloopbestendige complexen waar iedereen -ziek of niet ziek- door elkaar heen woont. Wat is daar het idee achter?

“Dan lijkt het op een gewone samenleving. Het is natuurlijk idioot als je 130 mensen met dementie samen gaat zetten en dan denkt dat het leuk gaat worden. Dat wordt een horrorfilm. Een misère-eiland. Laat iedereen gewoon door elkaar heen wonen, in een kamer die je bovendien zelf koopt of huurt zodat het echt helemaal van jou is. Dus niet een kamertje toegewezen krijgen zoals in een instelling. Dat is een hele belangrijke.”

Als je dan toch ouder wordt kun je het maar beter een beetje leuk maken’, zegt u. Hoe doe je dat zoal?

Je moet als organisatie zorgen voor ‘conversation pieces’; iets om over te praten. Anders krijg je dat iedereen het alleen maar heeft over de zere knie of trillende hand. Daar wordt iedereen hoorndol van. Zorg gewoon dat het toch nog leuk is ook al heb je artrose of ben je vergeetachtig. Door écht lekker eten te serveren bijvoorbeeld, kunst te maken, een hond of poes op schoot, dronken worden. Ik heb hier ook niet voor niets een atelier waar iedereen -ook van buiten- gebruik van kan maken, een herinneringsmuseum en een goed restaurant.”

Alles moet kunnen dus?

“Ik noem dat de ‘ja-cultuur’. Iedereen predikt eigen regie. Maar dat is nu vaak; u mag het zelf doen, maar dan wel zoals wij het willen. Ik zat eens met een bewoonster aan de bar. De dame achter de bar zei tegen de mevrouw naast mij dat 2 wijntjes wel genoeg waren voor vandaag. Ik vroeg haar: ‘Wat voor werk doet u?’ Ik ben hier verpleegster zei ze. ‘Oh, ik dacht even dat je een cipier in de gevangenis was. Ik zat al te zoeken naar de sleutelbos op je heup’. De klant is de baas, niet de zuster.”

‘Verpleegster? Ik dacht even dat je de cipier was’

U maakt het uw medewerkers niet altijd makkelijk lijkt me?

“Nee. ‘U altijd met die leuke ideetjes van u’, zeiden ze dan. Namen ze me weleens mee naar een kamer en daar zat een bewoner met een bak rottend fruit op tafel. ‘Kijk, meneer Becker’, zei die man. Hij zwaaide met z’n hand boven die bak en er vlogen ineens duizenden fruitvliegjes door de kamer. En 5 minuten later daalden ze allemaal weer neer op het fruit. ‘Mooi hè?’, zei die meneer helemaal blij. En ja, het was inderdaad een mooi gezicht.”

Heeft u als vernieuwer in de zorg veel tegenwind gehad?

“Een oud-secretaris van me zei ooit eens: ‘Hans merkt niet eens dat er weerstand is, hij walst er gewoon overheen. Zo’n drive heeft hij’. En dat klopt wel. Plus dat ik natuurlijk een happiness-model hanteer. Dat vinden mensen mooi. En daar was veel aandacht voor in de krant en op tv. En iedereen vindt het leuk om te werken bij iets waarvan de buurvrouw zegt ‘goh wat leuk’.”

Maar er is toch zeker wel kritiek geweest?

“Men werd er natuurlijk niet zo blij van dat ik bejaardenhuizen steevast omschreef als ‘misère-eilanden’. Maar blijkbaar was ik niet de enige die dat vond. Toen staatssecretaris Van Rijn ze ging sluiten had ik er in de 20 jaar daarvoor al 8 afgebroken. Alleen zette ik er wél iets anders voor in de plaats. En dat vergeten ze nu. Je moet een alternatief kunnen bieden. Je kan niet verwachten dat die mensen allemaal thuis gaan zitten.”

Waar gaat er wat u betreft nog meer mis?

“Dat medisch-hygiënische model zit er nog steeds heel erg in. Men probeert alleen maar te cureren. Als je niet uitkijkt krijg je een heel bord medicijnen voor je neus gezet. Heel erg anti-geluk. En dan nog die krankzinnige hoeveelheid regels. Er moet een thermometer in de ijskast liggen. Da’s toch van de gekke. Dat soort onzin komen we allemaal mee te zitten. Hele dossiers bijhouden. Als de paraaf niet links maar rechts staat is het niet goed. Het is waanzin. Er wordt geen rekening gehouden met de nadelen ervan. Iedereen wordt er gek van, ook het verplegend personeel.”

Heeft u er vertrouwen in dat in de toekomst nog nieuwe Hans Beckers zullen opstaan?

“Met de regelgeving werkt je het wel heel erg tegen hè. Dan heb je eigenlijk ambtenaren nodig. Maar wat we nodig hebben zijn ondernemers. Dus mensen met lef, creativiteit, doorzettingsvermogen, empathie, humor. Da’s allemaal des ondernemers. Niet bang zijn, gewoon doen.” Nu zitten er allemaal managers en die kunnen alleen maar kunstjes: schriftelijk rapporteren, vergadertechniek, omgaan met agressie, etc. Jaap Fisher zong het prachtig vroeger: ‘Onze Jan is manager geworden. Er hij regelt op papier hele dagen halve zaken waar hij geen verstand van heeft’.

Uw nalatenschap?

“Als ik kijk naar mijn innovaties; Iedereen heeft het over de levensloopbestendige appartementen. Ook al maken ze het niet precies zoals ik het zou willen. Want wat mij betreft heeft zo’n plek alles; een museum, ruimte voor activiteiten, een kunstatelier, een beauytsalon, een supermarkt waar je nog eens beroofd kan worden door een junk. Dan heb je tenminste weer eens wat anders om over te praten. En dat is echt gebeurd hoor, dat je niet denkt dat ik dit zit te verzinnen.”

(Foto: Residence Roosenburch)


CV HANS BECKER

  • Geboren in Rotterdam op 16 februari 1942
  • Volgde een studie economie op de Nederlandse Economische Hogeschool, later Erasmusuniversiteit. Werd vervolgens docent werd op de economische faculteit.
  • 1992: voorzitter van de Raad van Bestuur van de Stichting Humanitas en bouwde het uit van 1200 medewerkers verdeeld over twaalf locaties tot aan 3600 medewerkers verdeeld over 32 locaties.
  • Benoemd tot hoogleraar Humanisering in de Zorg op de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht.
  • Publiceerde o.a. de boeken ‘In the long run we are all dead’ (Humanitas, 1993), ‘Levenskunst op Leeftijd’ (Eburon, 2003), ‘De ja-cultuur als instrument voor humanisering van de zorg’ (Humanistics University Press, 2006), ‘Verboden af te blijven!’ en ‘Lekker Leven’ (Eburon, 2008 en 2011).
  • Innovaties zijn -naast de levensloopbestendige complexen- een vijftiental seniorenrestaurants en een vijftal herinneringsmusea.
  • Meer informatie: drhansmbecker.com en/of www.residence-roosenburch.nl

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *