Het toeval laat zich niet dichttimmeren

DE LOPER NEEMT DE BUS


Tekst: Gerard Vonk

Jan was een echte loper of beter gezegd een wegloper. Vanuit Herbergier Piershil nam hij de bus en na een aaneenschakeling van toevalligheden bereikte Jan het Rotterdamse Zuidplein. Zijn einddoel haalde hij niet, maar het leverde hem bij thuiskomt een mooi applaus op.

Piershil - Kent u de uitdrukking ‘toeval bestaat niet’? Welnu, ik zeg u dat het wel bestaat! Die stelling ontleen ik aan gebeurtenissen met onze gasten, zo noemen wij de bewoners met geheugenproblemen in Herbergier Piershil. Het gaat in dit geval over de zogeheten lopers, gasten die bijna dagelijks op weg willen naar plaatsen en personen die niet meer van toepassing zijn. Wij geloven er in dat het wonen ‘in vrijheid’ voor deze lopers mogelijk is in een Herbergier waar de deur open staat. Het gaat om goede afspraken met het team en de betrokken familie en de ‘loper’ vertrouwdheid en nabijheid te bieden. Alleen, soms loop je tegen de situatie aan dat het toeval zijn intrede doet. In dit verhaal duiken zelfs vier achtereenvolgende toevalligheden op. Daar is niet tegen op te timmeren met regelgeving. Het gebeurt. 

Snits

De 75-jarige Jan* was fit en een echte loper. Wandelingen van vijf tot soms wel tien kilometer waren nodig om hem ‘uit het lopen’ te krijgen. Afhankelijk van zijn geheugen-conditie wilde hij naar Bergschenhoek waar hij de laatste 47 jaar had gewoond of naar zijn geboortegrond in Sneek, door hem altijd liefkozend als ‘Snits’ aangeprezen. Met de loopprikkel op zak groette hij ons vriendelijk en zei ‘ik ga!’ Voor ons een reden om met hem mee te lopen of hem af te leiden en terug te begeleiden. Een pittige opdracht maar zowel het team als de betrokken familie wilde er voor gaan om hem zijn vrijheid te laten behouden en hem niet ‘gesloten’ te zetten. Toch liep Jan op een zaterdag in oktober uit de pas. Medewerker Ron zag Jan het erf verlaten en ging zijn fiets pakken om hem te volgen. Tot zijn ontzetting liep zijn zoektocht vast. Jan was uit beeld en had dus niet de bekende routes naar de supermarkt of de molen gemaakt. De tijd verstreek, het zoeken was vruchteloos tot er ruim twee uur later helderheid kwam in zijn verdwijning. Langs het voetbalveld 

ging mijn telefoon, het schermpje lichtte op en gaf ‘geen melding’ aan. Toch besloot ik op te nemen en kreeg de RET Zuidplein aan de lijn. “Oh, het gaat zeker over Jan?”, was mijn eerste reactie gebaseerd op het theewatergevoel. Inderdaad, in het serviceloket zat Jan die met koffie uit de bus was gelokt. Niet zijn verschijning maar zijn gedrag was opgevallen. Tijdens een kort gesprek had Jan duidelijk kunnen maken op weg te zijn naar Bergschenhoek maar heg noch steg te weten. Bij nadere controle dook onder andere mijn nummer uit zijn broekzak op waarna de RET het contact legde en overlegde hoe Jan weer thuis te laten komen. We gingen voor een tweede, derde en zelfs vierde bak koffie zodat onze medewerkster Leonie hem kon gaan ophalen. Zo gezegd, zo gedaan. Aan het begin van de avond kwam Jan met een brede lach op het gezicht de woonkamer binnen, groette ons waarna wij – alle gasten en medewerkers - een applaus inzetten omdat we blij en opgelucht waren dat Jan weer thuis was. Maar hoe had het zo ver kunnen komen?

50 euro  

Loper Jan was (toeval één) de eigenaresse van het Piershilse atelier tegengekomen. Een bekende voor hem want hij bezocht geregeld de expositieruimte.  Zij was op weg naar de bushalte en Jan besloot mee te lopen. De bus rijdt maar één keer per uur en (toeval twee) naderde net de halte. Bij het instappen toverde Jan uit het niets een briefje van 50 euro tevoorschijn. Normaliter een reden voor de chauffeur om te zeggen ‘u kunt niet mee, zorg maar voor gepast geld’ maar (toeval drie) deze beste, brave man wisselde voor hem. Daarbij, Jan had nooit geld op zak maar deze uitbundige gift had hij de avond er voor (toeval vier) van zijn vriendin in de Herbergier gekregen. Jan nam plaats en het lukte hem om in Heinenoord over te stappen op de bus naar Rotterdam-Zuidplein. De twijfel bij alle dienstverleners nam ondertussen toe en ‘Zuidplein’ kreeg een belletje dat er een keurig geklede, grijze man in de bus zat die wel wat verwarde verhalen vertelde. Het vervolg is bekend. 

We kwamen niet anders uit dan op de constatering dat het een aaneenschakeling van toevalligheden was geweest. Eentje die op geen enkele manier dicht te timmeren was geweest. Het is gegaan zoals het is gegaan. Nog altijd duikt dit bijzondere verhaal op. Het was een leermoment. Er is altijd alertheid nodig voor de loper maar… toch wint toeval het op momenten dat we het niet willen. 

*Jan is een gefingeerde naam. Hij overleed in 2016 in
‘vrijheid’ in Herbergier Piershil.

Terug naar Nieuws