Cathy van Beek, of ze het wil of niet is een van de meest invloedrijke vrouwen in de zorg. Haar laatste baan was bestuurder bij Radboud. Als er een ambassadeur is voor deze geplaagde sector is zij dat wel. Onlangs werd ze benoemd tot kwartiermaker duurzame zorg. Een gesprek over gelukkig personeel en persoonstoegesneden zorg.

Tekst: Eduard Voorn  

Ze woont al jaren met man en dochter in Nijmegen, maar haar hart heeft ze nog steeds verpand aan Rotterdam waar ze is geboren. Ze praat vrijmoedig over het gelovige gezin van zestien kinderen waar ze uitkomt. Haar drive om de wereld én patiënt beter achter te laten komt daar vandaan. “Wat ik ook mee heb gekregen is life long learning,” zegt zij. Als het gaat over de mooie woorden die werden uitgesproken bij het opspelden van de Ridder in de Orde van Oranje-Nassau – ze is een verbinder, kruisbestuiver, een mensenmens – benoemt zij ook haar minder charmante kant. “Ik ben veeleisend voor mezelf en anderen en soms daardoor bar ongemakkelijk.” Om in een lach te zeggen dat haar inmiddels gepensioneerde man al die tijd op de achtergrond – met zijn meer katholieke oorsprong – haar in haar Rotterdamse en calvinistische stijl een beetje ‘normaliseerde’.

‘Het is pas echt erg als je gezien het enorme vraagstuk waar we tegenaan kijken niet wil denken aan technologie’

Je geldt als een van de invloedrijkste vrouwen in de zorg. Je bent een voorbeeld voor veel meiden. Wat kunnen ze van je leren?

“Ik leer veel van hen; echt waar! Ik hoop dat ze van mij leren dat een open mind, en een rug die zo (veer)krachtig is als bamboe een joy for ever is. Om dit te laten zien, gebruik ik twitter en LinkedIn. Ik hoop dat het inspireert om tenminste de argumenten die ik aanvoer in de overwegingen mee te nemen. Ik sta andersom open voor tegengeluiden.”

Je werd ooit gepolst als bewindsvrouw van Volksgezondheid voor D66 maar je wilde absoluut niet. Waarom niet?

“Ik heb toen ik bij de Nederlandse Zorgautoriteit (Ze was vicevoorzitter van de raad van bestuur, red.) werkte van dichtbij gezien welke offers je privé brengt als je in zo’n positie komt. Onze dochter ging naar de middelbare school en ik wilde haar ontwikkeling voor geen goud missen!”

Je bent door minister Bruins en staatssecretaris Blokhuis gevraagd om kwartiermaker duurzame zorg voor de hele zorg (care en cure) te worden. Wat houdt deze opdracht in?

“De top en de basis van de zorginstellingen moet doordrongen raken van de enorme urgentie en uitdaging waar de klimaatverandering ons voor stelt. Ik ga in gesprek, stel ambassadeurs voor, organiseer kennistafels, praat met allerlei bedrijven en organisaties en houd lezingen. Verder zit ik onder andere aan, aan de sectortafel Gebouwde omgeving vanuit de zorg. Eén ding is zeker; een duurzame organisatie krijg je nooit door een eenpersoons actie. Concreet kan ik zeggen dat er in het Radboudumc en de Radboud Universiteit gezamenlijk wordt gestreefd naar een geheel groene campus, gezond(makend) eten, circulaire inkoop, schoon en minder water en duurzaam linnengoed, waaronder dienstkleding. Het begrip ‘duurzaam’ staat voor mij voor samen iets kostbaars beschermen en versterken. Zorginstellingen moeten de koers wenden en de korte termijn beschouwen in het licht van de lange termijn.”

Is toch raar dat de zorg mensen probeert beter te maken, terwijl hun ecologische voetafdruk een negatieve impact heeft op de omgeving en daarmee op de gezondheid van mensen.

“Inderdaad heel dubbel eigenlijk, en het ergste maar tegelijk ook kansrijkste is dat het nog amper tot zorgprofessionals doorgedrongen is. Ze hebben het al zo druk. Maar de verantwoordelijkheid van bestuurders en toezichthouders moet inmiddels wel zwaar op hun schouders drukken als zij niet in actie komen. Dat is een doodlopende weg.”

Bij duurzame zorg denk ik ook aan het binnenhalen en behouden van zorgprofessionals. Laat daar je licht eens over schijnen.

“Het vierde item van de Green Deal ‘Duurzame Zorg voor een Gezonde Toekomst’ luidt ‘gezondmakende omgeving’ voor niet alleen bewoners en patiënten en hun naasten, maar nadrukkelijk ook om ons personeel duurzaam gezond en gelukkig in hun werk te houden. Een groene omgeving, altijd buitenlicht hebben en een gezonde binnenlucht blijken daarbij enorm te helpen.”

Bestaat er ook zoiets als het duurzaam houden van je personeelsbestand? Hoe deed je dat als Radboud bestuurder en hoe zijn jouw ideeën daar nu en voor in de toekomst over?

“In het Radboudumc loopt nu een programma healthy professionals dat samen met de zorgprofessionals is ontworpen. Men kan dan zelf meedoen aan afvallen, van roken afkomen, al wandelend je werkoverleg voeren, enzovoort. Denk ook aan gezondere roostering. Zo opereren de chirurgen na een nacht op de OK te hebben gestaan niet meer in het dagprogramma. Ik geloof heilig dat, als je participatie van bewoners, patiënten en personeel als vanzelfsprekend beschouwt je op oplossingen komt die je nooit in je uppie bedacht kon hebben.”

Ik zou deze sector robotiseren en overlaten aan algoritmes.

“Daar is niets mis mee! Het is pas echt erg als je gezien het enorme personele vraagstuk niet wil denken aan technologie, alsof dat niet enorm kan bijdragen en door de bewoners/patiënten gewaardeerd kan worden. De mensen die je daarmee spaart – die duizend vacatures krijg je toch niet bezet – kan je gaan inzetten om de zorg ‘menselijk te houden’.”

Hoe kijk jij naar een Herbergier of Thomashuis waar ondernemers juist die menselijke kant benadrukken in hun werk en daar hun werknemers, wettelijk vertegenwoordigers en buren bij betrekken?

“Heel positief! Hoe meer bedacht door mensen zelf, hoe beter het past in hoe ik tegen de zorg aankijk; eigen ontwerp is fantastisch! Waarbij ik er als vanzelfsprekend vanuit ga dat alle vereisten die ter bescherming van de cliënten dienen ook in orde zijn. Of dit een goed voorbeeld van marktwerking is deze huizen?” Ze stopt en zegt plagerig: “Marktwerking? Bestaat dat nog in de zorg? Dat is zo 2006. Inmiddels gaat het weer veel meer om competitie op kwaliteit, om de gunst van de bewoner, mens, patiënt, burger, verzekerde. En dat juich ik toe; echte persoonstoegesneden zorg ”

Je hebt gezegd dat de zorg futureproof gemaakt moet worden en we nu eens moeten stoppen ‘met navelstaren’. Wat moet ik mij daarbij voorstellen?

“De meeste organisaties zijn erg gericht op de interne bedrijfsvoering, op de korte termijn. Van bestuurders, toezichthouders en het topkader van een organisatie verwacht ik dat zij in staat zijn om verder vooruit te kijken en navenant de koers te richten. Hoe ik zo’n toekomstgerichte blik zou ontwikkelen? Het betrekken van de betreffende zorgprofessionals en hun beroepsverenigingen erbij is cruciaal. De zorgprofessionals lezen dan over de lange(re) termijn in hun eigen ‘blaadje’, behandelen de discussie over wat gebeurt er in de buitenwereld en hoe vertalen we dat naar ons dagelijkse bestaan.”

Wat betekent zorg die futureproof is voor de mensen die erin werken? Moeten ze ondernemender zijn als je naar de geest van bijvoorbeeld de Thomashuizen kijkt?

“Ik draag dit soort initiatieven een zeer warm hart toe! Het allerbelangrijkst in de zorg is wel het personele vraagstuk. Kwantitatief en kwalitatief. En ja daar past een ondernemende geest bij; als je door de groene duurzaamheidsbeleid naar het personele vraagstuk kijkt dan moet er nog nadrukkelijker gekeken worden naar of het wel nodig is dat de patiënt in een zorginstelling komt. Kan thuis wonen nog beter worden gefaciliteerd? Kunnen mantelzorgers gestut en met creatieve brainstorms geholpen worden?”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *